Basisprincipes

Bouwknopen komen voor daar waar scheidingsconstructies samenkomen of daar waar de isolatielaag van een scheidingsconstructie wordt doorboord. Op deze plaatsen in de gebouwschil kunnen warmteverliezen optreden en dit kan leiden tot vocht- en schimmelproblemen. Om deze situaties te vermijden is het belangrijk dat bouwknopen correct worden ontworpen én zorgvuldig worden uitgevoerd. Om hiervoor te zorgen kunnen 'EPB-aanvaarde bouwknopen' gerealiseerd worden. De EPB-aanvaarde bouwknopen behoren tot optie B om de invloed van bouwknopen in te rekenen. Om EPB-aanvaarde bouwknopen te realiseren worden 3 basisprincipes aangereikt. Deze basisregels vragen weining rekenwerk, zijn toepasbaar op variante bouwknopen of nieuwe bouwknopen en stellen de achterliggende principes visueel voor.

De webapplicatie streeft er niet naar dat bouwknopen volgens deze 3 basisregels kunnen worden uitgerekend. Het doel van de webapplicatie is dat de achterliggende principes van deze 3 basisregels worden begrepen. De toepassing van materialen is projectgebonden en verschilt van werf tot werf. De op uw werf gebruikte bouwmaterialen met hun eigenschappen kan teruggevonden worden op de uitvoeringsplannen van de architect, het bestek, de technische materiaalfiches of de EPB-studie.

Hieronder worden de 3 basisregels toegelicht. Als een bouwknoop aan één van de 3 basisprincipes voldoet, is de bouwknoop EPB-aanvaard. 

1
Minimaal contactlente tussen de isolatie
De continuïteit van de isolatieschil wordt verzekerd door een minimale contactlengte tussen 2 isolatielagen. In de onderstaande afbeelding wordt de contactlengte (dc) en de respectievelijke dikte van de isolatielagen (da en db) aangeduid.
 
Contactlengte-eis: d≥ ½ min(da,db)
 

 
Bij raam- en deuraansluitingen geldt deze contactlengte-eis ook. Bij profielen met een thermische onderbreking moet de isolatielaag volledig contact maken met de thermische onderbreking.
 
Opgelet! Wanneer een bouwfolie isolatielagen van elkaar scheidt, dan is dit geen koudebrug. De isolatie in onderstaande afbeelding loopt gewoon door langs beide kanten van de waterkering.

Aandachtspunten bij uitvoering:

  • Let er op dat er geen spleten of kieren tussen de isolatieplaten zitten;
  • Let er op dat isolatieplaten goed aansluitend tegen de draagstructuur (draagmuur, dakspanten, ...) zijn aangebracht;
  • Let er op dat de thermische snede ook gerealiseerd is ter hoogte van aansluitingen van schildelen (funderingsaanzet, aansluiting tussen wand en dak, …) en ter hoogte van het schrijnwerk. 
2
Tussenvoeging isolerend deel

Indien de isolatielagen geen contact met elkaar kunnen maken, kan de continuïteit van de isolatie bekomen worden door een of meerdere isolerende delen tussen de isolatielagen te voegen. De isolerende delen die worden toegevoegd, moeten aan 3 eisen voldoen. In de onderstaande foto worden deze eisen van basisregel 3 weergegeven:

Warmtegeleidbaarheid-eis: λi,d < 0,2 W/mK

Warmteweerstand-eis: Ri,d ≥ min(Ra/2 , Rb/2 , 2)

Contactlengte-eis: dc,a ≥ ½ min(did , da)  &  dc,b ≥ ½ min(di,d , db)

Aandachtspunten bij de uitvoering:

  • Let er op dat de tussengevoegde isolerende delen op het juiste niveau geplaatst worden. Zo moet het isolerend deel in een opgaande wand bij een funderingsaanzet zich bevinden op het niveau waar later de vloerisolatie zal geplaatst worden.
3
Weg van de minste weerstand

Wanneer de isolatielagen geen contact met elkaar kunnen maken en wanneer er ook geen isolerende delen kunnen worden geplaatst, dan wordt deze derde basisregel toegepast. Het principe van deze basisregel komt erop neer dat de warmte de gemakkelijkste weg tussen de binnen- en buitenomgeing kiest. Voor deze basisregel geldt dat de weg die de warmte van binnen naar buiten moet afleggen moet langer zijn dan 1 m. Deze lengte wordt de weg van de minste weerstand genoemd. 

Eis: li ≥ 1 m

 

Bron - WTCB

Aandachtspunten bij de uitvoering:

  • Let er op dat de isolatie voldoende ver wordt doorgetrokken, zodat de weg van de minste weerstand zo lang mogelijk is.